Hugo Segers

The Time Of Our Singing

Een interview met componist Kris Defoort 
over The Time Of Our Singing
Door Ine Pisters

Veelheid en simultaniteit     

There’s another wavelength everyplace you point your telescope 


De Nederlandse vertaling van de titel van The Time of our Singing van de Amerikaanse auteur Richard Powers is ‘Het zingen van de tijd’. Het is een magistraal boek over het zingen / de muziek en over de tijd. Over het tijdsverloop in de geschiedenis, in individuele levens, in de muziek. Abstract, wetmatig, tastbaar, overrompelend willekeurig en spontaan – in dramatische gebeurtenissen en menselijke verbindingen. De tijd waaiert alsmaar uit en trekt even vaak weer samen. 
 
The Time of our Singing herbergt drama, tragiek, strijd, schoonheid en troost. Kriskras doorheen het boek en de opera kom je in contact met alle stijlen uit de westerse muziekgeschiedenis, met de bewogen geschiedenis van de Amerikaanse samenleving, en met de al even bewogen geschiedenis van een familie. Vier generaties komen voorbij. De focus ligt op de derde generatie: Jonah, Joey en Ruth, de drie kinderen van een Duitse vader, David Strom, een fysicus die zijn hele familie verloor in de Holocaust, en een Afro-American moeder, Delia Daley, een zangeres. Ook de oudere Afro-American generatie krijgt bij monde van haar vader een stem. En er komen ook kleinkinderen. Maar geen happy end. 
 
In deze inroductie breng ik de grote thema’s aan en schets ik de achtergronden en het creatieproces van de opera. Componist Kris Defoort (KD) komt uitgebreid aan het woord. Evenwel zonder veel onthullingen over de details van het verhaal, noch over de enscenering van de opera. Ga vooral zelf kijken!


‘Conceptueel een opera maken werkt niet voor mij’   


KD: ‘Conceptueel een opera maken werkt niet voor mij. Voor mij gaat opera over mensen van vlees en bloed. Zij zijn de personages die muzikaal moeten worden vertolkt. Door hun gelaagdheid zullen ze voor mij nooit eendimensionaal worden. Soms heb je in opera archetypische figuren die het kwaad of het goede voorstellen. Maar ik ga liever voor het complexe. Zoals Richard Powers.’
 
Een boek als uitgangspunt voor een opera is uitzonderlijk. Meestal gaat men uit van een theatertekst. Hoe kwam Kris Defoort erbij om van dit boek een opera te maken? 
Een coup de foudre, in eerste instantie een vonk van herkenning: ‘Wat mij trof, was dat de manier waarop de personages zich binnen de muziekwereld ontwikkelen, parallel verloopt met mijn eigen traject. Ik ben begonnen in de klassieke muziek, ik ben barokmuzikant geweest, maar sinds mijn vijfentwintigste ben ik jazz-pianist en -componist. Ik heb in New York geleefd, en er ondermeer gewerkt als bar-pianist. En op een bepaald moment kwam de hedendaagse muziek erbij, aan het conservatorium van Luik, wat dan weer uitliep in het schrijven van opera’s.’ 
 
Die diversiteit vind je bij Powers meesterlijk en als het ware van binnenuit beschreven. Hij bestrijkt het hele spectrum: r&b, soul, rap, jazz, Dowland, Bach, Schubert, third stream music. Maar ook de vele dimensies van de muziekpraktijk komen aan bod: discipline en studie, virtuositeit, het lokale muziekschooltje, de Scala van Milaan en pianobars, ambitie, carrière, roes en twijfel, lyrische en ‘otherworldly’ vertolkingen, persoonlijke interpretaties en improvisaties. Het zit ook allemaal in de partituur van deze opera. Zelf zegt Kris Defoort daarover: ‘Ik ben een wat ze noemen postmoderne componist, en niet bang om materiaal uit de geschiedenis te verwerken en te citeren. Er komt namelijk toch altijd iets anders uit voort.’ 
 
Aanvankelijk had hij dus vooral oog voor de herkenbare muzikale zoektocht en het internationale succesverhaal van Noah. Toen het operaproject concreet werd en hij het boek herlas, drong ook de complexiteit en de harde realiteit van het grotere verhaal door. En hij dacht: ‘waar ben ik aan begonnen…’ 
 
The Time of our Singing verbeeldt inderdaad een harde wereld, gezien door de ogen van drie jongeren uit een gemengd gezin. De ouders stellen in de opvoeding de muziek en de ontwikkeling van talent boven alles. De drie kinderen zullen daarentegen, ieder op zijn manier, de confrontatie met het dagelijkse en structurele racisme aangaan: internationaal carrière maken als klassiek zanger; afstand nemen van de cultuur van de ‘wide white world’; radicaal activisme.
JONAH: I don’t mind being a Negro. But I refuse to be typecast before I’ve sung a single opera role.
JOEY: I give them what’s theirs. Their music. Their identity.
RUTH: We joined the Panthers. Land, bread, education, justice and peace. That’s what we are talking about.
 

‘Ik ben eigenlijk bang van gezongen dialogen’

 
De samenwerking tussen Kris Defoort en de ervaren librettist Peter Van Kraaij was zéér intens. Twee jaar hebben ze aan het libretto gewerkt. KD: ‘Vanaf het begin gebruikten we alleen letterlijke zinnen uit het boek. We hebben er niets aan veranderd – behalve hier of daar iets ingekort. De eerste versie bestond uit vierhonderd pagina’s, maar dat werden er geleidelijk aan minder: een lang proces van “kill your darlings”. Ik ben beginnen componeren op een versie van ongeveer honderd pagina’s. Uiteindelijk kwamen we uit op een libretto van 65 pagina’s. En op een opera van twee uur veertig minuten.’ 
 
Behalve in de eerste acte, die eerder beschouwend is, bestaat het libretto vooral uit dialogen. Defoort vreesde in een opera-karikatuur te vervallen: ‘Ik ben eigenlijk bang van gezongen dialogen. Ze zijn vaak artificieel en geaffecteerd. Maar ik heb een ander type dialoog ontwikkeld, zelfs binnen één rol. Ik laat de zangers vaak switchen van zingen naar spreken. Dat voelt heel “musical” aan: spreken, en plots beginnen zingen. Ik speel er voortdurend mee terwijl ik aan het schrijven ben. En de muziek krijgt veel ruimte.’
 
Opmerkelijk is dat het verhaal wordt verteld door alle personages. Er is geen centrale verteller zoals in het boek. Een ander ankerpunt is dat de personages vanaf het begin allemaal op het podium staan. Het verhaal verloopt chronologisch, maar dus ook niet, want de verschillende generaties zijn de hele tijd aanwezig.


‘Spelen met de tijd'


 
In Het zingen van de tijd tref je op iedere bladzijde beschouwingen aan over de muziek, over de tijd. Kun je die vertalen in een enscenering? Het kan blijkbaar. Hoe? Ik lees bijvoorbeeld bij Powers: ‘Het heelal houdt er net zoveel metronomen op na als het bewegende dingen bevat.’
 
KD: ‘Dergelijke zinnen zijn voor mij belangrijk. Ze openen een hele wereld die ik muzikaal vertolk in de personages.’ Zo creëert hij bijvoorbeeld extra dimensies in de compositie door uiteenlopende genres en stijlen te combineren. Aan een rap-improvisatie voegt hij een stukje partituur toe: ‘Iets dat klinkt als Bach. Zo krijg je er nog een dimensie bovenop.’ 
 
Herhaling is een andere oplossing om een filosofische zin tot haar recht te laten komen. Zo wordt ‘There’s another wavelenght everyplace you point your telescope’ een paar keer herhaald, telkens in een andere context en steeds (bijna onherkenbaar) refererend aan het bekende ‘Erbarme dich’ van Bach.
 
Maar de tijd is als concept eigenlijk hors catégorie, niet? KD: ‘Een voorbeeld. In de tweede acte speelt de ritmesectie zeer nerveus en hectisch. En tegelijk gebeuren er, in een ander tempo, een hoop dingen in het orkest en de zang. Er zijn voortdurend twee tempi, soms drie. Dat is spelen met de tijd.’
 
‘Zoals Richard Powers met zijn boek, wil ik met mijn opera mensen raken via personages die in zo’n moeilijke situatie leven’
 
Veelheid en simultaniteit ook in de maatschappelijke dimensie van dit verhaal. Als realiteit, als pleidooi. Powers heeft het over de superdiverse sociale realiteit en over structureel en dagelijks racisme in de VS tijdens de tweede helft van de 20ste eeuw. Maar The Time of our Singing verbeeldt ook een emancipatiestrijd. Powers sluit in die zin aan bij de vele activisten, burgers, auteurs en voetballers die ook vandaag de westerse witte dominantie en privileges aanklagen en opkomen voor een egalitaire meerstemmige democratie.
 
KD: ‘Richard Powers kaart enorme problemen aan. Zo is er bijvoorbeeld de volgende  bedenking van de grootvader, in gesprek met zijn kleinkinderen: “your father, he can have a choice in life, because he is white”. Dat zijn confronterende dingen, en ze zijn waar. Dat kunnen witte mensen nooit ten volle beseffen. Ik kan nooit ten volle voelen hoe iemand van de Afrikaanse of Marokkaanse gemeenschap zich voelt die in Brussel een appartement zoekt. Maar ik kan wel sociaal bewust zijn. En, zoals Richard Powers met zijn boek, wil ik met mijn opera mensen raken via personages die in zo’n moeilijke situatie leven.’
 
 
Interview door Ine Pisters

Cookies

We use cookies and similar techniques to analyze the use of the website, to make it possible to display third-party content such as videos, and for various other applications. These cookies are also placed by third parties. By clicking “Yes, I accept”, you agree. If you do not agree, you can specify your preferences via the "Adjust settings" button.