(c) Kurt Van der Elst

Kris Defoort wordt seizoenscomponist bij Concertgebouw Brugge

LOD-componist Kris Defoort zal 6 projecten in Concertgebouw Brugge presenteren en cureren

Concertgebouw Brugge nodigt pianist en componist Kris Defoort uit om als seizoenscomponist hun programma in 2022-2023 mee vorm te geven. Doorheen het nieuwe seizoen presenteert hij er 6 verschillende samenwerkingen. 

Concertgebouw Brugge motiveert de keuze voor de veelzijdige artiest als volgt:

"Defoort schippert tussen improvisatie en uitgeschreven muziek, tussen muziektheater, opera en jazz. [...] Hij houdt bewust rekening met alle ervaringen en invloeden, en integreert die in een persoonlijke taal. Daarbij zoekt hij ook de nabijheid van muzikanten die actief zijn binnen verschillende muzikale disciplines. Als een volleerd muzikaal colorist bedient hij zich van een zonder meer uniek klankenpalet."

Ontdek hier de 6 projecten die Defoort samenstelde binnen het seizoen van Concertgebouw Brugge. 

Artiest in residentie bij LOD

Sinds 1998 is Kris Defoort componist in residentie bij LOD muziektheater. Zijn eerste wapenfeiten bij LOD waren Passages (2001) - vertoond op o.a. Festival d’Avignon, Salzburg, en Charleroi Danse - en de opera The Woman Who Walked into Doors (2001), geregisseerd door Guy Cassiers. Defoort werkte in 2009 opnieuw met Cassiers samen voor zijn tweede opera House of the Sleeping Beauties

Met het Kris Defoort Trio, met Nicolas Thys op bas en Lander Gyselinck op drums, sloeg hij de handen in elkaar met LOD-maker Josse De Pauw voor onder meer An Old Monk en a concert called landscape. In  september 2021 ging zijn opera The Time of Our Singing, geregisseerd door Ted Huffman in première in De Munt. Dit alles vormt maar een kleine greep uit het oeuvre dat Defoort bij LOD maakte. 

 

a concert called landscape                                                                                           The Time of Our Singing
(c) Kurt Van der Elst                                                                                                                        (c) Bern Uhlig