Je laatste voorstelling op Kunstenfestivaldesarts, Mikado Remix, ging in première in 2018. Daarna ben je een tijd uit beeld verdwenen. Wat is er in die periode gebeurd?
Na Mikado Remix ben ik in een heel moeilijke fase van mijn leven terechtgekomen. We stonden aan het begin van een grote tournee, maar ik heb die moeten annuleren. Dat was geen lichte beslissing, eerder een noodzakelijk stoppen, omdat het gewoon niet meer ging. Ik heb verschillende periodes gekend van mentale ontwrichting, met ook meerdere opnames in de psychiatrie. Het heeft jaren geduurd om opnieuw een soort evenwicht te vinden, om weer grond onder mijn voeten te voelen.
De pandemie heeft dat proces niet bepaald geholpen. Integendeel: voor iemand zoals ik, die vrij gevoelig is voor prikkels en stemmingen, werkte die periode eerder ontregelend dan verstillend. Wat voor sommigen een pauze was, voelde voor mij als een verlenging van een toch al lange en soms eenzame zoektocht. Het was een soort odyssee, met omwegen, terugvallen, kleine doorbraken, maar vooral: een traag, moeizaam zoeken naar houvast.
Hoe ben je uiteindelijk bij landbouw terechtgekomen?
Dat is eigenlijk heel organisch gegroeid. In die periode ben ik veel beginnen rondzwerven in de natuur. Ik merkte dat groene ruimtes een soort veiligheid boden, een plek waar ik kon zijn zonder meteen iets te moeten. Daar, tussen planten en seizoenen, voelde ik minder druk en meer ademruimte.
Via die omzwervingen ben ik op een biodynamische boerderij terechtgekomen. Wat mij daar meteen trof, was de manier waarop je actief kan zijn in een omgeving die niet tegen je werkt, maar met je meebeweegt. Het idee dat je op een zorgzame, bijna wederkerige manier met de aarde kan omgaan, heeft mij diep geraakt.
Ik ben me daar steeds meer in gaan verdiepen. Eerst via een opleiding herborisme, later ook biodynamische landbouw. Op een bepaald moment heb ik zelfs overwogen om volledig van carrière te veranderen. Ik had een enorme behoefte aan iets concreets, iets tastbaars: werk waarbij je met je handen bezig bent, waarbij de tijd niet abstract is, maar voelbaar in wat groeit, vertraagt, mislukt en opnieuw begint.
Ik raakte echt gebeten door het hele proces: zaaien, verzorgen, wachten. Door het idee dat landbouw ook een vorm van aandacht is, een manier van aanwezig zijn.
Hoe heb je van daaruit opnieuw de weg naar de kunsten gevonden?
Eigenlijk heeft die weg zichzelf opnieuw aangediend, zonder dat ik er bewust naar op zoek was. Tijdens het werken op het veld, vaak repetitief, soms zwaar, maar ook ritmisch en meditatief, merkte ik dat er iets begon te verschuiven. In die herhaling, in het contact met de grond, kwamen er plots weer beelden, gedachten, melodieën bovendrijven.
Er waren momenten van pure verwondering: iets dat ontkiemt, iets dat groeit zonder dat je het kan forceren. Die natuurlijke processen hebben mijn verbeelding opnieuw aangewakkerd. Het was alsof de creativiteit niet weg was, maar ergens onder de oppervlakte lag te wachten.
Tijdens het werk begonnen er spontaan liedjes naar boven te komen. Flarden tekst, ritmes die zich koppelden aan bewegingen van het lichaam, aan het tempo van het werk. Dat was geen bewuste terugkeer naar kunst, maar eerder iets dat zich opnieuw opdrong.
Ik zeg soms: ik ben geen goede boer, en misschien ook geen goede kunstenaar. Maar ik ben wel iemand die zich laat meeslepen door fascinatie en bewondering. Iemand die probeert te volgen waar de energie stroomt. En op een bepaald moment begon dat opnieuw richting de scène te bewegen.
Tractor Rapsodie is daar het resultaat van: een plek waar die twee werelden elkaar niet uitsluiten, maar in elkaar overlopen. Waar het hoofd en de grond elkaar voorzichtig proberen terug te vinden.
Interview afgenomen door Dries Douibi in het kader van Kunstenfestivaldesarts, april 2026