a)  Maatregelen

De werkgever richt de arbeidsplaatsen zodanig in dat psychosociale risico’s, waaronder stress, geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag optimaal worden voorkomen. Ook bij de organisatie van het werk wordt hier de nodige aandacht aan besteed. De werknemers worden behoorlijk voorgelicht en opgeleid in het kader van de bestrijding van psychosociale risico’s waaronder stress, geweld, pesterijen of van ongewenst seksueel gedrag op het werk.
Elke hiërarchische overste is verplicht om met de bevoegdheden en het gezag eigen aan zijn functie het principe vermeld in rubriek “beginselverklaring” daadwerkelijk te doen naleven.

 

b)  Personen en instanties tot wie men zich kan wenden in geval van psychosociale risico’s.

Elke werknemer die meent psychische schade te ondervinden, die al dan niet gepaard kan gaan met lichamelijke schade, ten gevolge van psychosociale risico’s op het werk, waaronder inzonderheid geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk, kan zich wenden tot de interne en externe vertrouwenspersoon, het Toezicht op het welzijn op het werk of de bevoegde rechtbank. 


c)  Externe preventieadviseur

De psychosociale aspecten (stress, conflicten, …) in de werkomgeving moeten voldoende aandacht krijgen. Door deze vormen van belasting te voorkomen, worden ergere vormen van psychosociale belasting, zoals pesterijen, geweld en ongewenst seksueel gedag, vermeden. De preventieadviseur, belast met psychosociale aspecten op het werk, speelt hier een belangrijke rol. Zo helpt hij/zij bij het opmaken van de risicoanalyses en de preventiemaatregelen. Hij/zij ondersteunt en adviseert de werknemers die verklaren het voorwerp te zijn van pesterijen, geweld en ongewenst seksueel gedrag. Hij/zij ontvangt en onderzoekt de verzoeken tot interventie. Hij/zij treedt volledig onpartijdig op.

 

d)  Interne procedure voor het behandelen van klachten.

De medewerker die te maken krijgt met grensoverschrijdend gedrag, kan een interne procedure opstarten. Er zijn twee mogelijke procedures waaruit je als werknemer kan kiezen:

  • De informele klachtenprocedure: de verzoeker en de vertrouwenspersoon en/of bevoegde preventieadviseur zoeken op informele wijze naar een oplossing door middel van het voeren van gesprekken, een interventie bij een andere persoon van de onderneming of een verzoeningspoging.
  • Een formele klachtenprocedure: dit klacht kan ingediend worden bij de bevoegde preventieadviseur (eventueel via de vertrouwenspersoon). Het houdt in dat de werkgever wordt gevraagd maatregelen te nemen die een oplossing bieden voor de psychosociale problematiek die de verzoeker op het werk ondervindt.


e)  Werken met derden

De vertrouwenspersoon houdt een register bij met verklaringen van werknemers die bij de uitvoering van hun werk in hun contacten met andere personen (klanten, leveranciers, …) menen het slachtoffer te zijn van geweld, pesterijen en of ongewenst seksueel gedrag. Het register van feiten van derden wordt bijgehouden door de interne en externe vertrouwenspersoon. Naast deze personen kan ook de werkgever het inkijken en rekening houden met de verklaringen bij het opmaken van de preventiemaatregelen.

f)   Externe procedure voor het behandelen van klachten

De werknemer heeft verschillende actiemogelijkheden: 

  • Beroep op de inspectie van het Toezicht op het Welzijn op het Werk
  • De bemiddeling zoals geregeld in het Gerechtelijk Wetboek
  • Procedures voor de bevoegde rechtbank:
    • de burgerlijke procedure
    • de strafrechtelijke procedure
    • de administratieve procedure
    • de disciplinaire procedure

Preventiemaatregelen

Lees hier de preventiemaatregelen om psychosociale risico’s op het werk te voorkomen.